06

04

19

Ga ik het halen?

“GVD naar die groep toe, NU!” bijt Has van Cuijk me toe. Has is bondscoach marathon en zit achterop de motor. Ik zie een groep lopers op een meter of 20 voor me. Huh? Daar liep ik net nog bij. Hoe komt het dat ik nu alleen loop? Ik heb niet eens gemerkt dat ze van me wegliepen.
Het is rond kilometer 33 in de Rotterdam marathon in 1994. Een lastig punt in een marathon, waar ik mijn concentratie even verlies, even helemaal weg ben van de wedstrijd. Op een cruciaal moment is dat niet handig. Ik lig op schema, maar heb niet veel speling, nu komt het erop aan.

Twee uur eerder

Ik kijk op mijn horloge, nog een minuut of 15 voor de start. We zitten met een groep toplopers, hazen en mensen van de organisatie in een hotellobby dicht bij de start van de marathon. De spanning is voelbaar.
Kan ik nog even naar het toilet? Ik doe het gewoon, ben door de spanning zeker al 4 x geweest en ik moet echt weer. Onderweg kruist mijn blik die van mijn sponsor, die vertelt me later dat ik 7 x naar het toilet ben geweest…

De weersvoorspellingen zijn niet geweldig, een stevige gure wind, kans op een bui. Vandaag wil ik me kwalificeren voor de Europese Kampioenschappen in Helsinki.

Spannend, want dat betekent dat ik 4 minuten en 53 seconden sneller moet lopen dan mijn persoonlijke record. Dat liep ik een maand of 5 geleden in mijn debuutmarathon in Carpi, in Italie. Daar won ik met een prima tijd van 2.39.53. Wat me ook goed is bijgebleven, is dat ik kapót ging in het laatste deel van die marathon. Hele stukken die op zwart zijn gegaan. Ik moest van de finishlijn getild worden want ik kon letterlijk geen stap meer zetten.
Geen fijne herinnering en daar moet ik vooral niet aan denken zo kort voor de start.

Nu ben ik goed in vorm. Een week geleden won ik met heel veel kilometers in de benen de Parelloop in Brunsum, in een dik pr. 32.35 over 10 kilometer. Dat geeft vertrouwen.
Bovendien heb ik een goede persoonlijke haas voor de eerste 25 kilometer, om te voorkomen dat ik net als in Carpi, te hard van start ga.

 

De start

Haas Adri is nerveus, wat mij vreemd genoeg heel rustig maakt. Het tempo voelt de eerste 5 kilometer als langzaam, dat is oké. Adri wil wat versnellen, “rustig aan”roep ik. Het doel is op de 25 kilometer fris door te komen en dan pas te versnellen. Ik probeer me maximaal te ontspannen.
Dat is iets wat ik goed kan wanneer ik vertrouwen heb in mijn haas.

Toch houd ik het tempo in de gaten en maan Adri van tijd tot tijd tot kalmte. Een wat onrustige haas zou kunnen irriteren maar het geeft me gek genoeg een prima gevoel. Ik heb zelf alles onder controle.
Iets voor de 25 kilometer stopt Adri en blijf ik bij het groepje waar we al een tijdje mee opliepen.

Has komt naast me op de motor en ik knik even. Het is fijn dat hij in de buurt is, ik voel zijn betrokkenheid.
Nog ruim 10 kilometer en ik focus me op ontspanning. Het gaat lekker, ik zit helemaal in een flow.

“GVD, naar die groep toe! Aansluiten!” Een hele tirade krijg ik over me heen van Has. Door het gevloek en getier van Has ben ik weer helemaal bij de les. Ik zet aan en binnen een kilometer zit ik weer bij de groep. Dat is maar goed ook, want het waait hárd en we krijgen in het laatste deel nog een flink stuk wind tegen.

 

De laatste kilometers

Het spant erom, ik heb niets over op mijn schema van 2.35.
Mijn groepje is helemaal uit elkaar gevallen en ik loop alleen. Ik weet dat we voorbij de kubuswoningen de wind pal tegen krijgen. Beroerd, ik word er chagerijnig van.
Ik ben steengoed in vorm, maar met deze omstandigheden wordt het onmogelijk om mijn doel te halen. Zo gaat het even door in mijn hoofd, ben gewoon pissed of door die wind. Waarom net vandaag bij die ene kans die ik heb om me te kwalificeren?

 

Marian Freriks marathon Rotterdam

 

Gelukkig weet ik op tijd de negatieve energie om te zetten in vechtlust. Al die kilometers die ik getraind heb in aanloop van deze marathon zijn toch niet voor niets? Een paar keer tikte ik zelfs de 200 kilometer aan.
En die uren in het zwembad om een dreigende stressfractuur ontlopen. Een paar weken lang moest ik om de dag het water in om te aquajoggen. Lange duurlopen van 2 uur in het zwembad, tempotrainingen, enorm saai en zwaar. Vaak kwam ik wankelend het water uit. Dat heb ik toch niet voor niets gedaan?

Uit die gedachten put ik kracht. Ik beuk me door de storm, richting de coolsingel.
Nog 400 meter. Alles moet eruit om onder die 2.35 te blijven. Ik check mijn horloge, nee! Paniek! ik ga het niet redden. Het laatste restje energie pers ik eruit in een eindsprint en finish. De klok blijft steken op 2.35.10.

10 seconden kom ik tekort op de limiettijd….

 

Een paar dagen later

Het was de marathon waarin Vincent Rousseau onwaarschijnlijk snel liep. Het wereldrecord dat hij zeker zou hebben gepakt kwam er niet door de harde wind. Hij bleef steken op 2.07.51. Martin ten Kate, die zelf ook liep, noemde de prestatie van Rousseau op dat moment  “de beste marathon ooit gelopen.”

De slechte weersomstandigheden worden meegenomen in de beslissing voor de kwalificatie. Ik word geselecteerd voor de Europese Kampioenschappen in Helsinki!

 

Marian Freriks

Marian@runspiration.nl

 

 

Top